ECLI:NL:CRVB:2010:BO2850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over geschiktheid voor kniesparende functies en weigering ZW-uitkering
Betrokkene was parttime kantinemedewerkster en viel in 2000 uit wegens darmklachten. Na een eerdere WAO-beoordeling werd zij geschikt geacht voor functies met minder dan 15% verdiencapaciteitsverlies. In 2007 meldde zij zich ziek met knieklachten en kreeg zij een knieprothese. De verzekeringsarts achtte haar geschikt voor kniesparende functies en weigerde verdere ZW-uitkering. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene niet in staat was tot arbeid vanwege ernstige pijnklachten en kende haar de uitkering toe.
Appellant stelde in hoger beroep dat alleen objectief medisch vaststelbare beperkingen recht geven op ziekengeld en dat subjectieve pijnbeleving niet leidend is. De Raad schakelde een onafhankelijke revalidatiearts in die bevestigde dat betrokkene geschikt was voor de kniesparende functies. Betrokkene bracht geen nieuwe medische informatie in en kritiek op het rapport werd verworpen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee de weigering van verdere ZW-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor de weigering van verdere ZW-uitkering gehandhaafd blijft.