ECLI:NL:CRVB:2010:BO3025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden in horecagelegenheid
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en werden gecontroleerd nadat bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte in een horecagelegenheid. Ondanks verzoeken hebben appellanten geen specificatie van gewerkte uren en loon verstrekt, waardoor het College het recht op bijstand introk en de bijstandskosten terugvorderde.
De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit vanwege overschrijding van de opschortingsperiode, maar handhaafde de intrekking op grond van het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden en schending van de inlichtingenverplichting. Het hoger beroep richtte zich tegen deze beslissingen en de terugvordering.
De Raad oordeelt dat appellant daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte, dat appellanten de inlichtingenplicht schonden en dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikelen 3 en 27 IVRK faalt, evenals het verzoek tot schadevergoeding. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens niet opgegeven werkzaamheden en wijst het hoger beroep af.