ECLI:NL:CRVB:2010:BO3240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ziekengeld wegens onjuiste maatstaf arbeid
Appellant, die sinds 1996 een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, werd in 2003 van deze uitkering afgewezen en kreeg een WW-uitkering. In 2007 meldde hij zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV verklaarde hem op grond van een verzekeringsarts geschikt voor de functies die eerder bij de WAO-beoordeling waren geselecteerd, waaronder zijn oude functie als assistent intern beheer, en weigerde ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn toegenomen klachten en dat de maatstaf arbeid onjuist was toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV onterecht de maatstaf arbeid heeft gehanteerd die gebaseerd is op de bij de WAO-beoordeling geselecteerde functies, terwijl appellant geschikt werd geacht voor zijn oude werk.
De Raad vernietigt het besluit van 11 augustus 2008, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat uit een aanvullende rapportage blijkt dat appellant geschikt was voor zijn laatstelijk uitgeoefende functie. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 11 augustus 2008 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.