ECLI:NL:CRVB:2010:BO3364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- E.E.V. Lenos
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering na terugkeer uit Zwitserland zonder gezinsreden
Appellante, die sinds 1990 in Zwitserland woonde en werkte, keerde in 2008 met haar dochter terug naar Nederland en vroeg een WW-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij tijdens haar laatste werkzaamheden niet in Nederland woonde en geen positieve gezinsreden had voor haar terugkeer, zoals vereist volgens artikel 71 van Pro Verordening 1408/71.
De rechtbank bevestigde dit besluit, waarbij werd overwogen dat appellante niet in een bijzondere situatie verkeerde zoals in het arrest Bergemann, omdat zij haar huwelijk had verbroken en haar re-integratiekansen in Nederland niet duidelijk gunstiger waren dan in Zwitserland.
In hoger beroep stelde appellante dat zij om positieve gezinsredenen was teruggekeerd en dat het Bergemann-arrest op haar van toepassing was. De Raad oordeelde echter dat haar situatie wezenlijk afweek van Bergemann, omdat er geen sprake was van samenwoning met echtgenoot en kind en dat haar banden met Nederland niet als gezinsreden konden gelden.
De Raad concludeerde dat appellante geen aanspraak kan maken op een WW-uitkering volgens artikel 71, eerste lid, aanhef en onder b, ii van Vo. 1408/71, en bevestigde de eerdere uitspraak. Het feit dat appellante na terugkeer werk vond in Nederland deed hieraan niet af omdat niet vaststaat dat het zoeken naar werk in Nederland gunstiger was dan in Zwitserland.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WW-uitkering aan appellante wegens ontbreken van positieve gezinsreden.