ECLI:NL:CRVB:2010:BO3519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf 16 mei 2001 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een vermoeden dat appellant werkzaamheden verrichtte op de Beverwijkse Bazaar, stelde de Sociale Recherche een onderzoek in. Op basis van dit onderzoek trok het College de bijstand in en vorderde de betaalde bedragen terug wegens het niet melden van inkomsten uit deze werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de werkzaamheden pas vanaf 23 mei 2001 waren begonnen. Het College nam daarop een nieuw besluit waarin de intrekking en terugvordering werd beperkt tot de periode vanaf 23 mei 2001. Appellanten voerden aan dat er op die datum geen markt was en dat zij geen inkomsten hadden ontvangen ter hoogte van de bijstand.
De Raad oordeelde dat de activiteiten van appellant meer waren dan hobbymatig en dat het niet melden van deze werkzaamheden een schending van de inlichtingenverplichting vormde. Omdat appellanten geen concrete en verifieerbare gegevens konden overleggen over hun inkomsten, kon niet worden vastgesteld of zij recht hadden op bijstand. Een beroep op disproportionaliteit van het onderzoek werd vanwege strijd met de goede procesorde niet behandeld.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit van 20 juni 2008. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.