ECLI:NL:CRVB:2010:BO3536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijke woonsituatie
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht door de Sociale Recherche vanwege vermoedens dat hij niet op het opgegeven adres woonde. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels ongegrond en deels gegrond, waarna het College een nieuw besluit nam.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant in de periode van 10 november 2006 tot en met 30 april 2007 niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres, gelet op observaties, het huisbezoek en de verklaring van appellant zelf. De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd.
Verder oordeelt de Raad dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn woonsituatie bij een nieuwe aanvraag in juli 2007, mede doordat hij weigerde medewerking te verlenen aan een huisbezoek zonder aanwezigheid van de huiseigenaar. De Raad bevestigt daarom ook de afwijzing van die aanvraag. Er wordt geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en onvoldoende inzicht in de woonsituatie.