ECLI:NL:CRVB:2010:BO3571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Geen herziening arbeidsongeschiktheidsbesluit bij chronische vermoeidheidsklachten
Betrokkene diende een verzoek in om terug te komen op het besluit van 20 november 2000, waarin hij werd geacht geschikt te zijn voor zijn arbeid ondanks chronische vermoeidheidsklachten. Het UWV wees dit verzoek af, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening.
De rechtbank Middelburg vernietigde dit besluit en gaf aan dat het UWV opnieuw had moeten beoordelen of betrokkene door een consistent geheel van stoornissen en beperkingen ongeschikt was geworden. In hoger beroep stelde het UWV dat de rechtbank ten onrechte een volledige toets had toegepast in plaats van een terughoudende toets volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat het UWV het verzoek adequaat had beoordeeld en dat de chronische vermoeidheidsklachten onvoldoende objectief waren vastgesteld om ongeschiktheid aan te nemen. De Raad bevestigde dat alleen nieuwe feiten of omstandigheden aanleiding kunnen geven tot herziening en dat het oorspronkelijke besluit onherroepelijk is.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling. De beslissing bevestigt de terughoudende toets bij verzoeken tot herziening van onherroepelijke besluiten in het sociale zekerheidsrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt in stand gelaten.