ECLI:NL:CRVB:2010:BO3623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het tweede wrakingsverzoek wegens niet tijdige indiening van nieuwe gronden
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld en tijdens de behandeling een eerste wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de meervoudige kamer. Dit verzoek werd afgewezen. Vervolgens diende verzoeker een tweede wrakingsverzoek in, stellende dat het proces-verbaal van de eerdere zitting onjuist en incompleet was, en dat hij hiervan pas na het eerste wrakingsverzoek kennis had genomen.
De Raad oordeelde dat verzoeker het proces-verbaal al vóór de wrakingszitting kende en dat hij op grond van de Awb verplicht was alle feiten en omstandigheden die een grond voor wraking konden vormen, direct voor te dragen. Verzoeker had de nieuwe gronden kunnen aanvoeren tijdens de eerste wrakingszitting, maar heeft dit nagelaten.
Daarom voldeed het tweede wrakingsverzoek niet aan de vereisten van artikel 8:16, vierde lid, Awb en werd het niet in behandeling genomen. De Raad besloot zonder zitting en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het tweede wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens niet tijdige voorlegging van nieuwe wrakingsgronden.