ECLI:NL:CRVB:2010:BO3641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot en met 12 december 2003. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellant diverse bankrekeningen en de huur van een safeloket met contant geld, goud en sieraden niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij stelde dat hij onder druk van zijn toenmalige partner handelde, niet op de hoogte was van haar activiteiten en geen profijt had gehad van de bijstand.
De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen bijzondere of dringende omstandigheden om van terugvordering af te zien. Ook kon appellant zich niet beroepen op onbekendheid met de activiteiten van zijn partner.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.