ECLI:NL:CRVB:2010:BO3665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht na ontruiming
Appellant ontving vanaf september 2005 bijstand, die later werd ingetrokken omdat hij niet meer woonachtig was op het opgegeven adres na een ontruiming in juni 2006. Het College van B&W van Wageningen trok de bijstand per 27 juni 2006 in en vorderde de ten onrechte betaalde bijstand terug. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat hij wegens ziekte niet tijdig bezwaar kon maken en dat hij niet wist dat hij zijn verblijfadres moest melden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding, maar de Raad vernietigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het bezwaar van appellant geacht moet worden gericht tegen zowel het intrekkings- als het terugvorderingsbesluit. De Raad gaf vervolgens inhoudelijk oordeel: appellant had de inlichtingenplicht geschonden door niet tijdig wijziging van zijn verblijfadres door te geven, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
De Raad wees erop dat het College niet verplicht is om zelf onderzoek te doen naar het verblijfadres als de belanghebbende dit niet meldt. Het beroep tegen het besluit van 15 november 2007 werd ongegrond verklaard. Wel werd het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.