ECLI:NL:CRVB:2010:BO3705
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende oorlogsgeweld
Appellante heeft een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer en daarmee in aanmerking te komen voor voorzieningen en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De verweerster heeft dit verzoek afgewezen en dit besluit is gehandhaafd na bezwaar. Appellante stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode in levensbedreigende situaties verkeerde, onder meer door moordpartijen in haar omgeving en dreiging tegen haar familie.
De Raad heeft het beroep behandeld, waarbij appellante en haar gemachtigde niet zijn verschenen. Uit de stukken en het verhandelde blijkt dat het gezin van appellante tijdig werd gewaarschuwd en uit voorzorg vluchtte, maar dat er geen direct levensbedreigende situatie was tijdens deze vlucht. Ook was appellante niet persoonlijk geconfronteerd met geweld, noch getuige van de moord op haar buren. Het verblijf in Gempol betrof geen interneringskamp, waardoor dit niet onder de Wubo valt.
De Raad concludeert dat de Wubo een beperkte strekking heeft en vereist dat iemand persoonlijk geconfronteerd moet zijn met buitensporig oorlogsgeweld. Een vlucht uit angst voor ongeregeldheden voldoet hier niet aan. Hoewel de motivering van het bestreden besluit summier is, leidt dit niet tot vernietiging omdat appellante geen bezwaargronden tegen die onderdelen heeft ingediend. Het beroep wordt ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk getroffen zijn door oorlogsgeweld volgens de Wubo.