ECLI:NL:CRVB:2010:BO3714
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering teveel betaalde Wuv-uitkering wegens toeslag AOW en pensioen
Appellant ontving sinds 1984 een Wuv-uitkering en vanaf 2007 een AOW-uitkering met toeslag voor zijn echtgenote, evenals aanvullende pensioenen waaronder van het GBF. In 2008 bleek dat de voorlopige Wuv-uitkering te hoog was vastgesteld omdat niet alle inkomsten bekend waren, waardoor een bedrag van €3.576,58 te veel was betaald.
Verweerster stelde een terugvordering vast en hield maandelijks een bedrag in op de Wuv-uitkering van appellant. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij mocht vertrouwen op de juistheid van de voorlopige uitkering en dat terugvordering in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad overwoog dat het voorlopige karakter van de Wuv-uitkering bekend was en dat verweerster voldoende inzicht had gegeven in de berekening en regelgeving. De terugvordering was daarom niet in strijd met rechtszekerheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van teveel betaalde Wuv-uitkering wordt ongegrond verklaard.