ECLI:NL:CRVB:2010:BO4112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde toeslag ondanks schuldsaneringsregeling
Appellante stelde beroep in tegen de terugvordering van een onverschuldigd betaalde toeslag door het UWV over de periode van 1 oktober 2007 tot en met 30 november 2008. Zij voerde aan dat de terugvordering gesplitst had moeten worden in een deel voor en een deel na het vonnis van de rechtbank Groningen van 30 juni 2008, waarin de schuldsaneringsregeling werd uitgesproken.
De Raad overwoog dat het UWV op grond van artikel 20, eerste lid, van de Toeslagenwet (TW) de onverschuldigd betaalde toeslag terug mag vorderen, tenzij dringende redenen tot afzien van terugvordering aanwezig zijn. De vordering van het UWV is ontstaan met het besluit van 12 maart 2009, dus na het vonnis tot schuldsanering. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat dit besluit terecht is genomen.
Verder concludeerde de Raad dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien. Het beroep van appellante is daarom ongegrond verklaard en de terugvordering van € 2.976,07 is bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde toeslag door het UWV is terecht en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.