ECLI:NL:CRVB:2010:BO4113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
De erven van betrokkenen hebben hoger beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak inzake een bestuursrechtelijke procedure bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat de redelijke termijn van vier jaar voor de behandeling van de zaak met ruim twee jaar is overschreden, wat aanleiding geeft tot een schadevergoeding van €3.000.
De Staat erkende de overschrijding en bood een vergoeding van €2.500 aan, terwijl de Svb reeds €500 had betaald. De erven van betrokkenen verzochten een aanvullende vergoeding van €3.000, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het totale toegekende bedrag reeds was voldaan.
De Raad overwoog dat de overschrijding van de redelijke termijn moet worden beoordeeld aan de hand van de complexiteit van de zaak, het gedrag van partijen en de aard van het belang. Gezien de omstandigheden achtte de Raad de vergoeding van €3.000 passend en zag geen aanleiding tot een hogere vergoeding of toewijzing van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 november 2010 en bevestigt dat de Staat niet hoeft te worden veroordeeld tot aanvullende schadevergoeding.
Uitkomst: Het verzoek tot aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat het volledige bedrag reeds is uitgekeerd.