ECLI:NL:CRVB:2010:BO4132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen de uitspraak van de rechtbank Breda, waarin het beroep tegen de weigering van herziening van een WAO-uitkering ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil is of er sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 43a van de WAO binnen vier weken na 16 oktober 2003, en of de wettelijke wachttijd van 52 weken is vervuld. De Raad heeft het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts Debie overgenomen, die stelde dat de psychische beperkingen sinds 1999 onveranderd en fors zijn en dat de fysieke klachten na een tweede aanrijding de hoofdreden waren voor de arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeert dat er geen objectieve onderbouwing is voor toegenomen beperkingen en dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 43a WAO noch aan de wachttijd van 52 weken. Daarom is de weigering van herziening van de WAO-uitkering per 13 november 2003 terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering is terecht geweigerd wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid en het niet vervullen van de wettelijke wachttijd.