ECLI:NL:CRVB:2010:BO4304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand ondanks geschil over inlichtingenplicht en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving van februari tot oktober 2005 bijstand naar de norm voor gehuwden. De bestuurscommissie trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens niet-melding van hogere inkomsten. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onbevoegdheid, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep handhaafde appellant zijn bezwaar tegen de rechtsgevolgen en verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat appellant verplicht was zijn inkomsten te melden, ook al was hij niet meer hoofdverblijf op het adres en werd de bijstand aan zijn partner uitbetaald. De intrekking en terugvordering waren terecht en de bestuurscommissie handelde volgens het geldende beleid, waarbij rekening werd gehouden met de norm voor alleenstaande ouders. Er was onvoldoende bewijs dat appellant en zijn partner duurzaam gescheiden leefden in de betwiste periode.
De Raad bevestigde de rechtsgevolgen van het besluit en kende appellant een schadevergoeding van €1.000 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn van zes en een halve maand. Tevens werd de bestuurscommissie veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Raad bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand, kent €1.000 schadevergoeding toe wegens termijnoverschrijding en veroordeelt de bestuurscommissie in proceskosten.