ECLI:NL:CRVB:2010:BO4327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 1990 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit een controle van kentekenregistraties bleek dat appellant tussen januari 2002 en april 2005 elf kentekens op zijn naam had van geëxporteerde auto's, zonder dit aan het College te melden. Het College trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en wees het verzoek om een getuige te horen af. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft afgezien van het horen van de getuige, omdat diens familieband onvoldoende reden is om de verklaring als niet-objectief te beschouwen. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank.
De Raad beoordeelt vervolgens zelf de zaak inhoudelijk en stelt vast dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door de autotransacties niet te melden. Appellanten slaagden er niet in aan te tonen dat zij alsnog recht op bijstand hadden, mede omdat geen administratie werd bijgehouden. Het College was dan ook bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het College is bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen.