ECLI:NL:CRVB:2010:BO4367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en feitelijk hoofdverblijf
Betrokkene ontving bijstand van januari 1999 tot februari 2007. Het College trok bijstand over februari 2006 tot februari 2007 in en vorderde kosten terug wegens het niet melden van verblijf bij haar moeder in een andere gemeente. Betrokkene stelde dat zij haar woonplaats niet had gewijzigd en dat zij het College schriftelijk had geïnformeerd, wat niet aannemelijk werd geacht.
De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege onvoldoende weging van de gezondheidstoestand van betrokkene. Zowel betrokkene als het College gingen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat betrokkene haar woonplaats feitelijk had gewijzigd en de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering.
Verder stelde de Raad vast dat geen bijstand wordt verleend over perioden voorafgaand aan de aanvraagdatum, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval was. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.