ECLI:NL:CRVB:2010:BO4598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens belemmering arbeidsinschakeling door agressief gedrag en niet-constructieve houding
Betrokkene ontving bijstand en werd geconfronteerd met een verlaging van 100% gedurende twee maanden omdat hij door zijn gedragingen de arbeidsinschakeling had belemmerd. Gedraging I betrof agressief gedrag jegens de trajectbegeleider, wat leidde tot beëindiging van het traject. Gedraging II betrof een niet-constructieve houding tijdens een sollicitatiegesprek, waarbij betrokkene medische beperkingen aanvoerde.
De rechtbank had de verlaging voor gedraging I als disproportioneel beoordeeld en gematigd tot 50%, en voor gedraging II tot 20%. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de verlaging voor gedraging I terecht is, gezien de ernst van het agressieve gedrag en de gevolgen daarvan. Voor gedraging II acht de Raad de verlaging echter te zwaar en matigt deze tot 50%, omdat het gedrag niet als zeer ernstig wordt gezien en er geen direct causaal verband is met het mislopen van het contract.
Verder heeft de Raad geoordeeld dat de aanwezigheid van minderjarige kinderen in het gezin van betrokkene op zichzelf geen reden is voor matiging van de verlaging, tenzij er bijkomende omstandigheden zijn. De Raad vernietigt het eerdere besluit en stelt de verlaging vast op 100% gedurende een maand en 50% gedurende een maand. Tevens kent de Raad wettelijke rente toe over de niet-uitbetaalde bijstand en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstand van betrokkene wordt verlaagd met 100% gedurende één maand en 50% gedurende één maand.