ECLI:NL:CRVB:2010:BO4685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op hogere toeslag AOW wegens onjuist vertrouwen
Appellant kreeg vanaf juni 2008 een ouderdomspensioen met een toeslag van 60% vanwege zijn jongere echtgenote. Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van deze toeslag en verwees daarbij naar een brief van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) uit 2000 waarin een toeslag van 76% werd genoemd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van 2000 was gebaseerd op onjuiste uitgangspunten over de verzekeringstijdvakken van de echtgenote. Volgens vaste rechtspraak mag het bestuursorgaan dergelijke fouten naar de toekomst herstellen.
De Raad vond dat de afbouwregeling, waarbij de toeslag in één jaar stapsgewijs werd verlaagd tot het wettelijk rechtmatige percentage, voldoende recht doet aan het vertrouwensbeginsel. Daarom werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 november 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.