ECLI:NL:CRVB:2010:BO4803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig overleggen gevraagde stukken
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf 1 maart 2006. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen schortte haar bijstand op 25 januari 2007 op omdat zij niet alle gevraagde bewijsstukken had verstrekt, met een hersteltermijn tot 6 februari 2007. Toen appellante niet binnen deze termijn de gevraagde stukken, waaronder bankafschriften, overhandigde, trok het College de bijstand met terugwerkende kracht in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij de stukken wel had, maar alleen niet volledig had ingeleverd omdat zij dacht dat het 'alles of niets' was. De Raad oordeelde dat de bankafschriften relevant waren en dat appellante verwijtbaar had gehandeld door niet binnen de termijn de stukken te overleggen, ondanks dat zij telefonisch had aangegeven de bankafschriften te bezitten.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, vierde lid, WWB. Het feit dat appellante de stukken later alsnog overhandigde deed hieraan niets af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet tijdig overleggen van gevraagde stukken wordt bevestigd.