ECLI:NL:CRVB:2010:BO4807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.F. Claessens
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid over woonsituatie
Appellant diende op 21 mei 2007 een aanvraag om bijstand in. Hij gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn woon- en verblijfplaats, waarbij hij zich op verschillende adressen inschreef en verklaarde soms bij vrienden te verblijven, zonder deze nader te specificeren. Het College weigerde de bijstand omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij onder meer bij een vriend overnachtte, maar dit was onvoldoende onderbouwd en vond plaats buiten de beoordelingsperiode. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn feitelijke verblijfplaats in de relevante periode en dat het College daarom terecht de aanvraag afwees. Verder faalde het beroep op artikel 13 EVRM Pro en het Europees Sociaal Handvest, alsmede het discriminatieberoep op artikel 14 EVRM Pro in combinatie met artikel 8 EVRM Pro. De aanvraag werd terecht afgewezen en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie van appellant.