ECLI:NL:CRVB:2010:BO5114
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs wordt vernietigd
Appellant, geboren in 1940 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zijn aanvraag werd afgewezen omdat niet was vastgesteld dat hij gebeurtenissen had meegemaakt die onder de Wubo vallen, zoals directe betrokkenheid bij bombardementen of excessief geweld tijdens huiszoekingen.
De Raad beoordeelde dat appellant niet direct betrokken was bij bombardementen op Semarang en dat de huiszoekingen niet gericht waren tegen hem en geen excessief geweld bevatten. Wel oordeelde de Raad dat voldoende aannemelijk is dat appellant getuige was van executie of zware mishandeling van Indonesische vrouwen, zoals blijkt uit de verklaringen van een getuige die het incident bevestigde.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en gaf verweerster opdracht een nieuwe beslissing te nemen, rekening houdend met de vastgestelde feiten. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend. De Raad benadrukte dat het ontbreken van een uitgebreid historisch onderzoek en de telefonische verhoren van getuigen niet tot afwijzing mochten leiden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens voldoende aannemelijkheid van getuige zijn van executie en mishandeling.