ECLI:NL:CRVB:2010:BO5160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Onredelijke langdurige disciplinaire straf indeling lagere salarisschaal ambtenaar defensie
Appellant, werkzaam als functionaris schaal 9 bij Defensie, kreeg in 2006 onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim. De Raad vernietigde dit ontslag in 2008 omdat de straf onevenredig was. Vervolgens legde de minister een disciplinaire straf op van indeling in een lagere salarisschaal met vermindering van bezoldiging voor onbepaalde tijd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens onvoldoende motivering van aard en duur van de straf, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellant dat de straf onevenredig en onbepaald was, met financieel nadeel en verminderde pensioenopbouw.
De Raad oordeelt dat de minister de strafbevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bestemd is, namelijk het stimuleren van functioneren in plaats van bestraffing. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom is de onbepaalde duur van de straf onrechtmatig en onevenredig.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten en legt zelf een evenredige straf van vier jaar op, ingaande 1 november 2006. Tevens veroordeelt de Raad de minister in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt de onbepaalde disciplinaire straf en legt een evenredige straf van vier jaar op met terugwerkende kracht.