ECLI:NL:CRVB:2010:BO6137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering wegens rugklachten, die in de loop der jaren is herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen klachten in 2006 heeft het UWV de uitkering niet verhoogd, mede op basis van onderzoeken door artsen en een bezwaarverzekeringsarts die dossieronderzoek deed.
Appellant betwist de uitkomsten en stelt dat zijn belastbaarheid is onderschat, mede vanwege nieuwe hernia’s. Hij voert aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat het niet door een verzekeringsarts werd uitgevoerd en verzoekt om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad overweegt dat het onderzoek zorgvuldig is verricht, ook al heeft de bezwaarverzekeringsarts appellant niet lichamelijk onderzocht, omdat appellant om medische redenen afzag van een hoorzitting en medisch onderzoek. De medische rapportages tonen geen toename van beperkingen op de relevante data.
De Raad onderschrijft de conclusies van de rechtbank en de betrokken artsen en wijst het verzoek om schadevergoeding af omdat de redelijke termijn niet is overschreden. De latere toename van klachten en operatie in 2009 is niet relevant voor de beoordeling van de data in geschil.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat er geen toename van arbeidsongeschiktheid is en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.