ECLI:NL:CRVB:2010:BO6138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering ZW- en WAZO-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking en terugvordering van ZW- en WAZO-uitkeringen over de periode 2 januari tot en met 26 februari 2006. Het UWV baseerde dit op een frauderapport dat aannemelijk maakte dat er sprake was van gefingeerde dienstverbanden bij het uitzendbureau.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij geen concrete feiten kon aandragen die haar werkzaamheden in die periode bevestigden en verklaringen van inleners ontbraken. Ook de verklaring van de eigenaar van het uitzendbureau werd onvoldoende geacht.
In hoger beroep bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank. Het frauderapport was zorgvuldig tot stand gekomen en er waren geen concrete omstandigheden die twijfel aan de juistheid van de verklaringen rechtvaardigden. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen.
De Raad concludeerde dat appellante ten onrechte als werknemer was aangemerkt en daarom geen recht had op de uitkeringen. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering van de uitkeringen bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de ZW- en WAZO-uitkeringen bevestigd.