ECLI:NL:CRVB:2010:BO6414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- J.P.M. Zeijen
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens werkzaamheden in echtgenotes sauna
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Uit onderzoek bleek dat hij vanaf 2000 zeven dagen per week, vier uur per dag, werkzaamheden verrichtte in de sauna van zijn echtgenote. Dit leidde tot een herziening van zijn arbeidsongeschiktheid naar 55-65% en een terugvordering van onverschuldigde uitkeringen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV de werkzaamheden en de resterende verdiencapaciteit terecht had vastgesteld. Appellant voerde aan dat de verklaringen niet gebruikt mochten worden vanwege een strafrechtelijk onderzoek en dat het saunabedrijf het toegekende loon niet kon opbrengen, maar deze stellingen werden niet onderbouwd.
De Raad bevestigde dat de verklaringen toelaatbaar waren en dat appellant indirect baat had bij de werkzaamheden, waardoor artikel 44 van Pro de WAO van toepassing was. De terugvordering werd gegrond verklaard omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding waren. De stelling van verjaring werd verworpen omdat het UWV pas in 2005 van de werkzaamheden op de hoogte was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde bedragen wegens werkzaamheden in de sauna van de echtgenote.