ECLI:NL:CRVB:2010:BO6452
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- T.L. de Vries
- Ch. van Voorst
- M.M. van der Kade
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking wegens onvoldoende aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld en vervolgens een verzoek tot wraking ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep. Het wrakingsverzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechter tijdens de behandeling van het hoger beroep.
De Raad overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor rechterlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het verzoek was deels te laat ingediend en betrof bovendien procedurele beslissingen, die niet als grond voor wraking kunnen dienen tenzij zij een aanwijzing voor vooringenomenheid bevatten.
De Raad stelde vast dat het niet honoreren van verzoeken om schorsing of aanhouding, het benadrukken van de term "vooralsnog" en de aanwezigheid van beveiligingsbeambten tijdens de zitting geen zwaarwegende aanwijzingen vormen voor vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.