ECLI:NL:CRVB:2010:BO6708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens niet-nakomen re-integratieverplichtingen
Appellante ontving vanaf 16 november 2005 een WW-uitkering. Het UWV verlaagde deze uitkering met ingang van 26 november 2007 met 20% gedurende 16 weken wegens het niet nakomen van re-integratieverplichtingen. Appellante maakte bezwaar tegen deze maatregel en de re-integratievisie, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde hoger beroep in en voerde aan dat dit tijdig was omdat zij pas op 19 september 2009 kennis had genomen van de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de uitspraak tijdig aan appellante was bekendgemaakt nadat bleek dat zij was verhuisd, waardoor het hoger beroep tijdig was ingesteld.
De Raad overwoog dat appellante zich onvoldoende had ingespannen om haar kansen op werk te vergroten, ondanks meerdere voorstellen van de re-integratiecoach, waaronder sollicitatietrainingen en begeleiding door re-integratiebureaus. Hoewel er mogelijk bijzondere privéomstandigheden waren, kon appellante deze niet toelichten vanwege lopende justitiële procedures. Daarom kon dit niet worden meegewogen in de beoordeling.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht een maatregel had opgelegd op grond van artikel 27, derde lid, van de WW en dat de verlaging van 20% gedurende 16 weken in overeenstemming was met het Maatregelenbesluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken wordt bevestigd.