ECLI:NL:CRVB:2010:BO7194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WIA-maandloon ondanks geschil over netto- of brutoloon
Appellant, werkzaam als isolatie- en plaatmonteur, raakte arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval in maart 2005. Het UWV kende hem een WIA-uitkering toe gebaseerd op een bruto maandloon van € 2.236,99. Appellant betwistte dit en stelde dat het loon van € 2.000 per vier weken een nettobedrag betrof, ondersteund door loonstroken en een werkgeversverklaring.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het nettoloon gelijk was aan het brutoloon. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen reden dit oordeel te wijzigen. De Raad stelde vast dat een eerdere kantonrechter al had geoordeeld dat het salaris van € 2.000 bruto was. De loonstroken en verklaring van de werkgever werden niet geloofwaardig geacht.
De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn dat het loon een nettobedrag betreft en bevestigde het bruto maandloon van € 2.236,99. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bruto maandloon van € 2.236,99 wordt bevestigd.