ECLI:NL:CRVB:2010:BO7236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens niet melden uitzendwerk tijdens WW-uitkering niet proportioneel
Appellant ontving een WW-uitkering en kreeg van het UWV een boete opgelegd van €52 wegens het niet melden van werkzaamheden als discjockey, barman en uitzendwerk. Het UWV stelde dat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen, wat leidde tot een vermeende ten onrechte ontvangen uitkering van €411,80.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de werkzaamheden als discjockey en barman traditioneel vrijwilligerswerk waren en dat het UWV onvoldoende onderbouwing had geleverd voor de omvang van het uitzendwerk. Het niet melden van het uitzendwerk werd echter wel als verwijtbaar beschouwd.
De Raad stelde vast dat het bedrag van de teveel ontvangen uitkering minder dan €60 bedroeg, waardoor de opgelegde boete van €52 onevenredig was. De Raad vernietigde het bestreden besluit en legde een evenredige boete van €10 op. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De boete wegens niet melden van uitzendwerk tijdens WW-uitkering wordt vernietigd en vervangen door een evenredige boete van €10.