ECLI:NL:CRVB:2010:BO7255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij autohandel
Appellant ontving sinds oktober 1998 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. De Bestuurscommissie trok bij besluit van november 2006 de bijstand over 21 maanden in de periode van september 1997 tot juli 2005 in en vorderde € 22.076,83 terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Uit kentekenregistraties blijkt dat appellant in de betreffende periode 39 kentekens op zijn naam had, wat wijst op autohandelstransacties. Appellant maakte niet aannemelijk dat de auto's voor eigen gebruik waren en meldde deze transacties niet, waardoor hij zijn wettelijke inlichtingenplicht schond.
De Raad oordeelt dat de Bestuurscommissie terecht de bijstand heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd op grond van de WWB. Het hoger beroep wordt verworpen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.