ECLI:NL:CRVB:2010:BO7290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang bij beroep tegen opschorting bijstandsrecht en verzoek om arbeidsinschakelingsondersteuning
Appellante ontving bijstand en kreeg op 22 november 2007 een besluit van het College waarbij haar recht op bijstand werd opgeschort wegens het niet verschijnen op een afspraak. Dit besluit werd bij besluit van 20 december 2007 herroepen nadat appellante bezwaar had gemaakt. Tegen het herroepingsbesluit stelde appellante beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens gebrek aan procesbelang.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel procesbelang had, onder meer omdat zij een oordeel wilde over de wijze waarop het College haar verzoeken om ondersteuning bij arbeidsinschakeling had behandeld en over de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur bij het oorspronkelijke besluit. De Raad overwoog dat het belang bij het beroep moet liggen in het bereiken van een concreet gunstiger resultaat, wat hier niet het geval was omdat het oorspronkelijke besluit was herroepen.
De Raad bevestigde dat het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door J.J.A. Kooijman op 14 december 2010.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.