ECLI:NL:CRVB:2010:BO7666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- B.M. van Dun
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering zonder nieuwe uitlooptermijn ondanks gewijzigde beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid had verlaagd. Hij stelde dat ten onrechte geen nieuwe uitlooptermijn werd gehanteerd en dat zijn medische beperkingen, waaronder hartklachten en dyslexie, waren onderschat. Ook betwistte hij de geschiktheid van de geduide functies.
De Raad stelde vast dat het UWV de herbeoordeling had uitgevoerd volgens het Schattingsbesluit van vóór 1 oktober 2004 en dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was verricht. De medische beperkingen waren adequaat in kaart gebracht, en de functies waren passend geacht ondanks enkele zware tilbelastingen.
De Raad oordeelde verder dat het UWV niet verplicht was een nieuwe uitlooptermijn toe te kennen, omdat de eerdere herziening met uitlooptermijn was uitgesteld vanwege een acute ontsteking, waarna de herziening binnen een maand werd uitgevoerd. De wijziging in de functies en beperkingen rechtvaardigde geen nieuwe uitlooptermijn.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd en er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 15 december 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering zonder toekenning van een nieuwe uitlooptermijn.