ECLI:NL:CRVB:2010:BO7695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te hoog ontvangen WW-voorschot zelfstandige
Appellant ontving vanaf februari 2006 een WW-uitkering en kreeg toestemming om zich als zelfstandige te oriënteren en daarna werkzaamheden te verrichten. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant een te hoog voorschot had ontvangen en vorderde €6.814,60 terug. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij niet juist was geïnformeerd over de verrekening van inkomsten, met name dat inkomsten uit 2007 niet zouden worden betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het UWV de inkomsten correct had berekend volgens het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat appellant zich had moeten informeren over de regelgeving en dat er geen toezeggingen waren die terugvordering uitsluiten.
De Raad benadrukt dat de brief van het UWV van januari 2007 appellant niet mocht doen geloven dat alleen de inkomsten over 2006 zouden worden betrokken. Het vertrouwen op die brief is niet gegrond. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht €6.814,60 terugvordert wegens een te hoog ontvangen WW-voorschot.