ECLI:NL:CRVB:2010:BO8010
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Vermogen echtgenoot telt mee bij berekening uitkering vervolgingsslachtoffers ongeacht huwelijkse voorwaarden
Appellant ontvangt sinds 1984 een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). In 2007 ontving zijn echtgenote een erfenis, waarvan appellant melding deed bij verweerster. Verweerster hield bij de berekening van de uitkering rekening met deze erfenis en bracht vanaf juni 2009 een voorlopige inhouding op de uitkering aan.
Appellant voerde aan dat de erfenis buiten beschouwing moest blijven omdat deze aan zijn echtgenote was toegevallen en zij huwelijkse voorwaarden hadden. De Raad overwoog dat artikel 19, eerste lid, onder c, van de Wuv expliciet bepaalt dat ook het vermogen van de echtgenoot meegeteld moet worden, ongeacht het huwelijksgoederenregime of testamentaire uitsluiting.
Verder stelde appellant dat de wijziging van artikel 19, vijfde lid, per 1 januari 2009 herberekening van het vermogen zou uitsluiten. De Raad oordeelde dat de oude regeling van toepassing was op het moment van verkrijging van de erfenis en dat overgangsrecht bepaalt dat het recht op uitkering per 31 december 2008 leidend is. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het vermogen van de echtgenoot wordt meegeteld bij de uitkeringsberekening.