ECLI:NL:CRVB:2010:BO8042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vervroegde ingangsdatum Wajong-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering met een ingangsdatum van 9 april 2007, terwijl de aanvraag pas op 9 april 2008 werd ingediend. Het UWV wees een eerdere ingangsdatum af, omdat geen bijzonder geval als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wajong was vastgesteld. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep richtte appellante zich tegen het standpunt dat geen bijzonder geval aanwezig was. Zij stelde dat haar ernstige beperkingen haar verhinderden om eerder een aanvraag in te dienen. De Raad overwoog dat onbekendheid met de Wajong geen bijzonder geval oplevert en dat de verklaring van de kinder- en jeugdpsychiater onvoldoende onderbouwing bood dat appellante niet in staat was tijdig een aanvraag te doen. Tevens werd meegewogen dat appellante wel in staat was een bijstandsuitkering aan te vragen.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij buiten staat was tijdig een aanvraag te doen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat geen bijzonder geval is voor een eerdere ingangsdatum van de Wajong-uitkering.