ECLI:NL:CRVB:2010:BO8445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten opslag inboedel wegens onvoldoende noodzaak
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van opslag van haar inboedel over de periode januari tot mei 2008. Het College van burgemeester en wethouders van Arnhem wees deze aanvraag af omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan konden worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond voor de periode tot 26 maart 2008, maar handhaafde de afwijzing voor de periode daarna. De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de grondslag van het geding uitbreidde en oordeelt dat de opslagkosten in de periode januari tot mei 2008 niet noodzakelijk waren. Appellante had haar inboedel al in december 2006 laten opslaan en had vanaf mei 2007 geen actieve inspanningen getoond om woonruimte te verkrijgen.
De Raad stelt vast dat appellante in mei 2008 een woning betrok en dat het aannemelijk is dat zij bij voldoende inspanningen eerder woonruimte had kunnen verkrijgen. Daarom is de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld tot een beperkte vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand voor opslagkosten bevestigd.