ECLI:NL:CRVB:2010:BO8451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig zijn en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 1997 bijstand op grond van de WWB. Na onderzoek door de Sociale Recherche en het Bureau Onderzoek en Preventie bleek dat zij onvoldoende informatie verstrekte over haar woonadres. Het College van B&W Alkmaar trok de bijstand met ingang van 6 maart 2007 in en vorderde de bijstandskosten over de periode 1 januari 2005 tot 5 maart 2007 terug wegens niet-woonachtigheid in de gemeente en schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard en het besluit tot intrekking vernietigd. In hoger beroep stond alleen de intrekking van de bijstand over de periode 1 januari 2005 tot 1 december 2006 nog ter discussie. Appellante stelde dat zij weliswaar regelmatig elders verbleef vanwege overlast, maar haar woonstede in Alkmaar niet had prijsgegeven.
De Raad oordeelde dat uit het water- en elektriciteitsverbruik, huisbezoeken, inschrijving van de zoon op een school in de andere gemeente en verklaringen van omwonenden bleek dat appellante feitelijk woonachtig was in de andere gemeente. De Raad vond dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-woonachtigheid en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.