ECLI:NL:CRVB:2010:BO8512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet opgegeven werkzaamheden in zonnestudio
Appellanten ontvingen bijstand en werden onderzocht nadat een tip binnenkwam over niet opgegeven werkzaamheden in een zonnestudio. De sociale recherche voerde observaties uit en stelde vast dat appellante meer uren werkte dan opgegeven. Het Dagelijks Bestuur herzag de bijstand en vorderde kosten terug.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten en gaf het Dagelijks Bestuur opdracht opnieuw te beslissen. In het daaropvolgende besluit werd de intrekking beperkt tot de periode van 15 januari 2000 tot 1 november 2002 vanwege schending van de inlichtingenplicht. Appellanten gingen in hoger beroep tegen dit besluit en de aangevallen uitspraak.
De Raad oordeelde dat de observaties proportioneel en wettelijk waren, dat de getuigenverklaringen betrouwbaar waren en dat de aanwezigheid op de werkplek de veronderstelling van daadwerkelijke arbeid rechtvaardigde. Het beroep op niet-gehorede getuigen werd afgewezen. Het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces en onvrijwillige verklaringen faalde eveneens.
De Raad vernietigde het besluit van 5 januari 2010 omdat het niet inging op het beroep op de hardheidsclausule en verzoeken om kwijtschelding en proceskostenvergoeding. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand omdat de schending van de inlichtingenplicht vaststond en de terugvordering terecht was vastgesteld. Het Dagelijks Bestuur werd veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet opgegeven werkzaamheden wordt bevestigd, het besluit van 5 januari 2010 wordt vernietigd wegens procedurele tekortkomingen.