ECLI:NL:CRVB:2010:BO8520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting en intrekking bijstand wegens onjuist vermoeden vermogensoverschrijding
Appellant ontvangt sinds 1989 bijstand en kreeg in 2005 een gewijzigde norm voor alleenstaande ouder met terugwerkende kracht. In 2007 ontving het College een vermogenssignaal van de Belastingdienst over bankrekeningen met een saldo van €5.256, wat aanleiding gaf tot nader onderzoek. Het College verzocht appellant om bankafschriften over te leggen, maar appellant verscheen niet of kon deze niet overleggen. Vervolgens werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, hoewel achteraf bleek dat het College een onjuiste vermogensnorm had toegepast. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College niet bevoegd was de bijstand op te schorten of in te trekken omdat het vermogen onder de juiste norm lag en de gevraagde bankafschriften niet relevant waren. De Raad vernietigt het bestreden besluit en herroept de besluiten tot opschorting en intrekking.
Daarnaast veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van juiste normering en het juiste gebruik van bevoegdheden bij opschorting en intrekking van sociale bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot opschorting en intrekking van de bijstand en veroordeelt het College in de proceskosten.