ECLI:NL:CRVB:2010:BO8539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep CAK niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij eigen bijdrage zorgcompensatie
Betrokkene diende bij het CAK een aanvraag in voor compensatie van het eigen risico over 2008, welke door het CAK werd afgewezen. Betrokkene maakte bezwaar, dat door het CAK kennelijk ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit ongewijzigd blijven.
Het CAK stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat het bezwaar terecht kennelijk ongegrond was verklaard en dat de door Vektis geleverde gegevens correct waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het hoger beroep van het CAK zich richtte tegen het vernietigingsbesluit, terwijl de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit ongewijzigd blijven, waardoor het CAK geen procesbelang heeft.
De Raad verwees naar vaste jurisprudentie dat procesbelang vereist dat het resultaat van het beroep ook daadwerkelijk kan worden bereikt en voor de indiener van betekenis is. Omdat het CAK geen resultaat kan bereiken dat voor haar feitelijk betekenis heeft, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast werd het CAK veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, bestaande uit reiskosten van € 44,50, en werd een griffierecht van € 447,- opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H.J. de Mooij op 22 december 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CAK wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.