ECLI:NL:CRVB:2010:BO8724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bij brief over terugvordering bijstand
Appellante ontving een brief van het College waarin werd meegedeeld dat een vordering op haar bestond wegens ten onrechte ontvangen bijstand en dat zij deze vordering moest aflossen. Het College verklaarde het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de mededeling geen nieuwe rechtsgevolgen schept die niet al door het eerdere besluit van 7 augustus 2007 waren vastgesteld. Het eerdere besluit is onherroepelijk geworden omdat daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend.
Daarom had het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 1 augustus 2008, verklaart het beroep gegrond, en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 1 augustus 2008 vernietigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.