ECLI:NL:CRVB:2010:BO8897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.C. Schoemaker
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken gronden bezwaar
Appellante maakte bezwaar tegen correctie- en boetenota's van het UWV over de jaren 2003-2005, maar diende geen gronden van het bezwaar in. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Appellante stelde dat zij niet de gelegenheid had gekregen het verzuim te herstellen, mede vanwege een vermeende gebrekkige postbezorging door TNT Post.
De Raad oordeelde dat het op appellante lag aannemelijk te maken dat de aangetekende brief niet op de gebruikelijke wijze was verwerkt, hetgeen niet was gelukt. Hierdoor werd aangenomen dat appellante wel degelijk de gelegenheid had gehad om het bezwaar te motiveren. Tevens werd overwogen dat het beroep op artikel 6 EVRM Pro niet afdoet aan de toepassing van procesrechtelijke regels.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Alkmaar bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.