ECLI:NL:CRVB:2010:BO8963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- H.J. Simon
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag WAO-uitkering wegens ontbreken dringende redenen
Appellante ontving een toeslag op haar WAO-uitkering die het UWV later introk en terugvorderde wegens onverschuldigde betaling over de periode van 15 november 2005 tot en met 31 december 2008. Appellante stelde dat de terugvordering onaanvaardbare financiële en gezondheidsgevolgen had en dat de fout bij het UWV aanleiding was om af te zien van terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit tot intrekking van de toeslag onherroepelijk was geworden en dat de terugvordering een wettelijke verplichting is, waarbij slechts bij dringende redenen kan worden afgezien. De Raad stelde vast dat de door appellante aangevoerde omstandigheden, waaronder psychosociale stress en financiële problemen, niet voldeden aan het criterium van onaanvaardbare sociale of financiële consequenties.
Ook de vermeende willekeur van het UWV in het niet terugvorderen van toeslagen op de WW-uitkering werd niet als een dringende reden erkend. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank Roermond en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de toeslag bevestigd.