ECLI:NL:CRVB:2010:BO9013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie bij onvoldoende re-integratie-inspanningen na herstel administratief verzuim
De zaak betreft een geschil over de loonsanctie opgelegd door het UWV aan een werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een werknemer die ziek was gemeld met chronisch nierfalen. Het UWV had een loonsanctie van 52 weken opgelegd omdat het re-integratieverslag niet compleet was ingediend. Na herstel van de administratieve tekortkoming handhaafde het UWV de loonsanctie vanwege onvoldoende inhoudelijke re-integratie.
De rechtbank had geoordeeld dat de loonsanctie onevenredig was omdat de werkgever slechts gedurende de laatste drie maanden van de wachttijd tekort was geschoten en had het besluit vernietigd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de systematiek van de Wet WIA niet toestaat dat de duur van de loonsanctie naar evenredigheid wordt aangepast na herstel van het administratief verzuim.
De Raad bevestigt dat het besluit van 18 maart 2008 een beschikking is waarin is vastgesteld dat de administratieve tekortkoming is hersteld, maar dat de inhoudelijke re-integratie onvoldoende is. De rechtbanksopvatting dat de loonsanctie proportioneel moet worden aangepast, strookt niet met de wettelijke regeling. Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van het UWV ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV ongegrond.