ECLI:NL:CRVB:2010:BO9085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling door schikking na ontslagprocedure
Appellant was sinds oktober 2005 in dienst bij een houtindustriebedrijf en werd in september 2006 ziek gemeld. De werkgever kreeg in augustus 2006 ontslagvergunning van het CWI wegens verwijtbaar gedrag van appellant. Appellant werd per 1 november 2006 ontslagen en kreeg daarop geen Ziektewetuitkering van het UWV.
Appellant voerde bezwaar aan tegen de weigering, stellende dat hij het ontslag niet had geaccepteerd omdat hij een procedure tegen de werkgever was gestart. Deze procedure eindigde echter in een schikking. De Raad overwoog dat het aangaan van deze schikking, ondanks het standpunt van appellant dat het ontslag onterecht was, een benadelingshandeling vormt volgens artikel 45 ZW Pro.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de procedure kansloos was en dat het niet voortzetten ervan niet van hem kon worden gevergd. Daarom werd de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling door schikking na ontslagprocedure.