ECLI:NL:CRVB:2010:BO9316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot WW-uitkering zelfstandige ondanks onjuiste voorlichting re-integratiecoach
Appellant ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming om als zelfstandige te werken gedurende een startperiode. Het UWV stelde vast dat appellant een te hoog voorschot had ontvangen en vorderde een bedrag van ruim €15.598 terug. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn re-integratiecoach hem onjuist had voorgelicht over de verrekening van inkomsten, waardoor terugvordering beperkt zou moeten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat het UWV de inkomsten correct had berekend volgens het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW. De Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de berekeningswijze juist is en dat er geen sprake is geweest van uitdrukkelijke en ondubbelzinnige mededelingen van de re-integratiecoach die bij appellant gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt.
Verder overweegt de Raad dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij anders had gehandeld indien hij vooraf duidelijkheid had gehad over de berekeningswijze. Ook kon appellant niet afgaan op de informatie van een re-integratiecoach die zelf onvoldoende kennis had van de verrekeningsregels. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt daarom. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De terugvordering van het te hoge voorschot WW-uitkering wordt bevestigd ondanks het beroep op onjuiste voorlichting door de re-integratiecoach.