ECLI:NL:CRVB:2010:BO9341
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning en uitkering burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs
Appellant, geboren in 1940 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een Wubo-uitkering. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was komen vast te staan dat appellant tijdens de Bersiap-periode levensbedreigende situaties had meegemaakt. Appellant legde meerdere verklaringen van familieleden en derden over, maar deze gaven een wisselend en onvoldoende duidelijk beeld van de brandstichting van het ouderlijk huis en de vlucht naar Semarang.
De Raad overwoog dat de verklaringen in de loop van de tijd uiteenliepen, waarbij pas in latere verklaringen sprake was van levensbedreigende omstandigheden, terwijl eerdere verklaringen dit niet bevestigden. Ook was niet gebleken dat bepaalde getuigen zelf bij de vlucht betrokken waren. Gezien de lange tijd sinds de gebeurtenissen en de jeugdige leeftijd van appellant destijds, achtte de Raad het voorstelbaar dat een eenduidige weergave moeilijk is, maar stelde dat voor toepassing van de Wubo een duidelijker en consistenter beeld vereist is.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond en bevestigde het eerdere besluit van verweerster. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer.