ECLI:NL:CRVB:2010:BO9355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds juni 2004 bijstand als alleenstaande, maar het College stelde na onderzoek vast dat hij vanaf januari 2006 een gezamenlijke huishouding voerde met een partner, waardoor hij geen recht had op bijstand als alleenstaande. Het College schortte de bijstand op en trok deze in, waarna appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard door de rechtbank.
In hoger beroep betwist appellant het gezamenlijk hoofdverblijf en de wederzijdse zorg, en stelt dat zijn verklaring onder invloed van alcohol was afgelegd. De Raad oordeelt echter dat de verklaring betrouwbaar is, mede gelet op het huisbezoek en de overeenstemming van de bevindingen met de verklaring. De Raad stelt dat de beoordeling zich uitstrekt over de periode van 1 januari 2006 tot en met 10 augustus 2006.
De Raad bevestigt dat sprake is van een gezamenlijke huishouding op basis van objectieve criteria en dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door dit niet te melden. Hierdoor was appellant geen zelfstandig bijstandsgerechtigde. Het College was bevoegd de bijstand over de betreffende periode in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.